de-fuseren van Amarantis

Hoe het tot stand kwam en de nasleep

Derivaten niet zo ongewoon

| 1 reactie

Lees het originele artikel op scienceguide.nl

(foto: Images of money)
(foto: Images of money)
11 april 2012 – Marcel Wintels was geschokt. Scholenkoepel Amarantis bleek €7 mln schulden te hebben opgebouwd uit derivaten. Zoiets “heb ik in al mijn jaren in het onderwijs nog nooit meegemaakt.” Toch zijn ze helemaal niet ongewoon in het HO. Verlies kwam bij de besten voor.

 

Het ministerie van OCW heeft zelfs een CFI-regeling opgesteld ter actualiseirng van en aanscherpingen bij de omgang van onderwijsinstellingen met financiële producten als derivaten. Het gaat om het Algemeen Verbindend Voorschrift, nummer FEZ/CC-2009/150185, van 16 september 2009.

Die datum is zonder meer opmerkelijk, in historisch opzicht: precies een jaar na de val van Lehman Brothers. Elk CvB en elke Raad van Toezicht zal hier dus van op de hoogte zijn geweest, gelet op de indringende financiële situatie waarmee deze regeling samenhing en het onderzoek daarnaar waarop de regeling voortbouwde.

Aanpassingen doorgevoerd

In het voorschrift voor alle onderwijsinstellingen, dus ook die in de BVE als Amarantis en in het HO, definieert OCW het begrip derivaten en stelt regels voor het lenen en beleggen daarin. Een derivaat is een “contract met betrekking tot een transactie gericht op het beperken van financiële risico’s, waarin is bepaald dat het moment waarop deze transactie zal of kan plaatsvinden afhankelijk is van bepaalde voorwaarden en dat de waarde van deze transactie afhankelijk is van één of meer onderliggende activa, referentieprijzen of indices.”

Minister Plasterk geeft in het document ook helder aan waarom en binnen welke grenzen en randvoorwaarden instellingen kunnen beleggen in derivaten. “Naar aanleiding van de recente problemen met beleggingen bij onder meer IJslandse banken zijn per 6 april 2009 aanpassingen doorgevoerd in de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo).” Voor OCW ging het daarbij om de verzelfstandigde rijksmusea.

De minister had al in november 2008 aangegeven, dat hij heel precies zou nagaan wat er aan de hand was naar anleiding van de Icesafe en Landsbanki zaken en waar nodig aanscherpingen zou laten aanbrengen voor de instellingen.

Voorzichtige normen

Dat gebeurde dan ook, door een aanpassing van “de in 2001 in het leven geroepen Regeling beleggen en belenen door instellingen voor onderwijs en onderzoek (BenB). Met BenB wordt voor onderwijs en onderzoek het zelfde doel beoogd als met de Ruddo voor openbare lichamen. Omdat geen verschillen zijn beoogd tussen de Ruddo en BenB, wordt voor zo ver van toepassing BenB weer in overeenstemming gebracht met de Ruddo,” schreef Plasterk in september 2009.

De strekking van BenB bleef ongewijzigd, “want de regeling formuleert voor de instellingen voor onderwijs en onderzoek voorzichtige, maatschappelijk aanvaarbare normen voor beleggen en belenen.” Wel werden de ratingeisen verhoogd “van A tot AA voor de lidstaat van vestiging van de financiële onderneming waar wordt belegd en beleend.”

Geen gespeculeer

Toen kort daarna berichten kwamen over vermogensverliezen van onderwijinstellingen vanwege de kredietcrisis, reageerde het kabinet ingetogen, maar helder. Onderwijsinstellingen hadden in 2008 een boekwaardeverlies van € 47 miljoen geleden op hun voor langere termijn aangehouden beleggingen. “Zolang de instellingen deze beleggingen niet hoeven te verkopen, treedt geen feitelijk verlies op. Voor een groot deel is het boekwaardeverlies inmiddels weer ingelopen.”

De OCW-bewindslieden herkenden zich dan ook niet “in het beeld dat onderwijsinstellingen met publieke middelen speculeren.” Het omgekeerde was het geval, men is erg prudent gebleken. “Zo wijst het rapport van de commissie Vermogensbeheer Onderwijsinstellingen op voorzichtigheid in het financieel beheer.” Gelet op de actuele cijfers vanuit Amarantis mag men verwachten, dat kabinet en Kamer de instellingen nu nog eens scherp zullen bevragen over hun huidige financiële situaties en risico’s. VSNU en HBO-raad zullen daar wel alert op zijn en in eigen kring actie op ondernemen.

Half miljard bij Harvard

Elders in de wereld was men minder voorzichtig geweest. Harvard moest een verliespost van $500 miljoen westeken op derivaten. Dat bleek enkele maanden na die aanscherping voor de OCW-instellingen, in november 2009. Bloomberg meldde: “Harvard paid $497.6 million to investment banks during the fiscal year ended June 30 to get out of $1.1 billion of interest-rate swaps intended to hedge variable-rate debt for capital projects, the school’s annual report said. The university in Cambridge, Massachusetts, said it also agreed to pay $425 million over 30 to 40 years to offset an additional $764 million in swaps.”

Toch reageerde de legendarische Harvard-voorzitter Derek Bok ingesprek met ScienceGuide alles behalve panisch op de situatie. “De klappen die het vermogen van Harvard krijgt zijn nu wel een forse terugslag. Maar vergeet niet dat dit vermogen in de voorbije jaren enorm groeide. De actuele cijfers wijzen op een neergang met zo 25 tot 30% in een jaar. Andere universiteiten kennen een vergelijkbare situatie, maar fijn is anders.”

“Zulke barre tijden zijn toch af en toe nuttig, meen ik. Elke universiteit moet ook wel kijken naar overtollig vet in de eigen organisatie en activiteiten. Dat is nooit prettig. But universities have never been good at getting rid of things. Starting things in research or education is not so hard, stopping things is. And this accumulates inevitably some slack, some fat. Therefore a crisis like this is a big worry but also a healthy process of weeding things out. This is not a popular view, I know.

Eén reactie

Geef een antwoord

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.